Info Brief 231: 3 januari 2022

◙ Triomf van de radiozenders van de gemeenschappen

            Na jaren van vervolging, pesterijen, invallen en criminalisering van de communicatie van de gemeenschappen, en het stilzwijgen van het Congres tegenover verzoeken van het Grondwettelijk Hof van Guatemala om wetgeving ter bevordering van de toegang van inheemse volkeren tot radiolicenties, hebben de inheemse volken van de Maya’s, Kaqchikel, Achi en Mam hun eis voorgelegd aan de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten (CIDH). 

            In september 2020 publiceerde de Commissie een verslag over de zaak waarin zij vaststelde dat “de staat verantwoordelijk is voor de schending van het recht op vrijheid van meningsuiting, op gelijkheid Van de Commissie ging de zaak naar het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten. Rechten van de Mens. Het Hof sprak zich uit ten gunste van de benadeelde gemeenschappen. 

(Foto: leden van de Vereniging Mujb’ab’l voor het CIDH) 

“Het Hof is van oordeel dat inheemse volkeren het recht hebben hun eigen media op te richten en te gebruiken, op basis van de inhoud en de strekking van het recht op vrije meningsuiting, maar ook rekening houdend met het recht van inheemse volkeren op non-discriminatie, het recht op zelfbeschikking en hun culturele rechten”. (II. A. a).

◙ Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten (CIDH) veroordeelt Guatemala voor het bloedbad in Los Josefinos (1982) 

(foto: FAMDEGUA)

De tragedie gebeurde op 29 en 30 april 1982 in het dorp Los Josefinos in in de gemeente Libertad, departement Petén in de context van het interne gewapende conflict. In de morgen van 29 april 1982 drongen gewapende guerrillero’s het dorp binnen, namen twee personen gevangen en vermoorden hen. Ze werden ervan verdacht banden met het leger te hebben. Na die confrontatie en de terugtrekking van het gewapend verzet viel het leger na middernacht op 30 april het dorp binnen en belegerde het. De inwoners kregen verbod om het dorp te verlaten. Er werd beweerd dat leden van het leger tijdens de inval ten minste vijf patrouilleleden die zich op straat bevonden vermoordden.  Vervolgens begonnen ze de huizen in brand te steken, de bewoners af te slachten en de huizen binnen te dringen om te controleren of er overlevenden waren en degenen die zij aantroffen, onder wie mannen, vrouwen, jongens en meisjes, af te slachten. Minstens 38 doden, 14 vermisten en zeven ontheemde gezinnen waren het resultaat van het bloedbad.

Vooral het feit dat er zich onder de door het leger vermoorde personen zes kinderen bevonden, zal de leden van de Commissie en het Hof hooggezeten hebben.

Voorts zouden ten minste drie personen tijdens het bloedbad verdwenen zijn nadat zij voor het laatst gezien waren in handen van agenten van de staatsveiligheid. Tot op de dag van de veroordeling door het Hof heeft de staat nog niet kunnen vaststellen waar zij zich bevinden. Er werd aangevoerd dat de staat, ondanks het feit dat hij op de hoogte was van de feiten, geen onderzoek ambtshalve instelde en dat tot op heden – meer dan 37 jaar na wat er gebeurd is en 23 jaar nadat het onderzoek werd ingesteld door de slachtoffers – de feiten ongestraft blijven. Er vond ook geen identificatie van de opgegraven stoffelijke overschotten plaats, noch werden maatregelen genomen om de verblijfplaats van de andere slachtoffers te achterhalen.

Guido De Schrijver  – Steungroep ‘Solidair met Guatemala’, Lidorganisatie van EU-LAT Network en van Europees Netwerk Oscar Romero Comités (SICSAL-Europa)

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.