Info Brief 113: 23 APRIL 2019

Bedrijven en mensenrechten zijn geen vrienden.

            Op 2 en 3 april hielden we de eerste algemene vergadering van EU-LAT Netwerk dit jaar. We gaven present met  iets meer dan dertig op de kantoren in Brussel.

            Zweden zette zich extra in de picture. Enthousiast konden we een nieuwe lidorganisatie verwelkomen.            

Naast DIAKONIA, het netwerk van vijf Zweedse kerken en sweFor, de Zweedse Beweging voor Verzoening, die reeds langer bij ons zijn en ondermeer werkzaam in Guatemala, sloot zich nu ook de Lutheraanse kerk (tot 2000 de staatskerk van het land) bij ons netwerk aan (ook al werkzaam in Guatemala.)

            Een van de belangrijke thema’s die we behandelden was:

‘Mensenrechten en bedrijven in het kader van de relaties van de Europese Unie met Latijns-Amerika.’

            Reeds in de jaren 70 hebben organisaties en bewegingen van de civiele maatschappij de aanvaarding van een internationale bindende  regularisatie van de internationale bedrijven nagestreefd.

            Een expert gaf  ons tijdens onze bijeenkomst enkele noties mee. Op de eerste plaats signaleerde hij een spanning tussen twee  criteria. Enerzijds is er de voorrang van de mensenrechten boven gelijk welk ander publiek beleid, handel, investering, ontwikkelingssamenwerking. Die maatregel werd opgelegd door een internationale wetgeving. Anderzijds is er de verplichting van de staten om de activiteiten van de privésector te beschermen. In de praktijk zien we dat bedrijven, vooral multinationals, misbruiken tegen de mensenrechten begaan. Wat blijkt? In feite hebben de transnationale bedrijven rechten, maar geen plichten. De  officiële beleidsmakers laten dat toe. De straffeloosheid heerst alom.

            Het is wel niet gemakkelijk voor de staten, indien ze dat al zouden willen, om de situatie dienaangaande te controleren. Er bestaan immers obscure netwerken van investeringen die  het de betrokken partijen moeilijk maken er toe over te gaan om rekenschap te geven over hun handel en wandel. We hebben het hier dan over bedrijven, banken, holdings, financieringskantoren, agentschappen, pensioenkassen, ontwikkelingsbanken.  Hun werking is onderling nauw verstrengeld. Wie is verantwoordelijk voor wat?

            Vandaar dat de belangrijkste heersende normen nu nog altijd puur op vrijwillige basis gebeuren. En men is er niet in geslaagd om de rechten van gemeenschappen en personen te beschermen, die nadeel ondervinden van de commerciële, vooral transnationale bedrijven.

            Nadat een indrukwekkende groep actoren van de civiele maatschappij nog maar eens voor de dag kwamen met het thema, nam de Raad voor de Mensenrechten van de VN in 2014 een resolutie aan die een intergouvernementele werkgroep in het leven riep. Die werkgroep kreeg het mandaat om een internationaal juridisch bindend instrument over de transnationale bedrijven met betrekking tot het respect voor de mensenrechten uit te werken. Gedurende drie eerste sessies van 2015 tot 2017 discussieerde deze werkgroep de inhoud, het bereik, de hoedanigheid en de vorm van het toekomstig akkoord.

            In 2018 gingen de  onderhandelingen over een kladtekst, gepresenteerd door de voorzitter van de werkgroep.

            Al die tijd is de civiele maatschappij zeer actief geweest om het proces op te volgen.

De Europese Unie.

            Van bij het begin was de Europese Unie het bindend karakter niet genegen. Bij de aanvang was de houding zeer confuus. De Unie viel zelfs het proces aan. Later focuste Europa meer op de principes van de VN van 2011. Daar sprak men over drie fundamenten, de bevolking beschermen voor de nadelige gevolgen, de mensenrechten respecteren en de slachtoffers van eventuele geweldpleging te vergoeden.  Ondertussen heeft de ervaring ons geleerd dat maatregelen op vrijwillige basis niet functioneren. We zien dat zelfs bedrijven met ‘een hoge graad van sociale ondernemingsverantwoordelijkheid’ betrokken zijn bij misbruiken tegen de mensenrechten.

Zelfs indien de staten de verdedigers van de mensenrechten willen beschermen tegen de nadelige impact van de corporatieve activiteiten, dan nog kunnen die pogingen ondergraven worden door de verplichtingen die de zelfde staten sinds jaren moeten opvolgen ten overstaan van de wetten van handel en investeringen. En die wetten zijn wel bindend, solide en gedetailleerd. De instrumenten voor de mensenrechten daarentegen die gericht zijn op het beschermen van door misbruiken van bedrijven benadeelde personen en volkeren zijn tot op vandaag vaag en niet bindend.

De instrumenten voor de mensenrechten daarentegen die gericht zijn op het beschermen van door misbruiken van bedrijven benadeelde personen en volkeren zijn tot op vandaag vaag en niet bindend.

EU-LAT Netwerk is nu bezig met het opmaken van een document dat de strategie en de concrete acties formuleert die wij zullen kunnen hanteren in onze werking. 

Guido De SchrijverSteungroep ‘Solidair met Guatemala’

Lidorganisatie van EU-LAT Network en van het Europees Netwerk Oscar Romero Comités

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.