Info Brief 116: 13 mei 2019

◙ ◙ Aanklachten in verband met afpersing in stijgende lijn

            De Nationale Civiele Politie meldde dat ze 8.672 aanklachten in verband met afpersing ontving gedurende 2018. Dat is 72% meer dan in 2015. Ook dit jaar gaat het aantal aanklachten in stijgende lijn. Alleen al voor januari en februari werden 1.793 aanklachten opgetekend.  

            Raúl Figueroa, hoofd van de  Eenheid tegen de Afpersing van het Openbaar Ministerie vermeldt van zijn kant dat de slachtoffers met angst en wantrouwen zitten, waardoor vele gevallen niet aangegeven worden. Hij zei:

‘Het is een gewone misdaad geworden, iedereen perst af.’

            Een doorlichting van het Centrum voor Nationaal Economisch Onderzoekswerk (CIEN) had het over een ernstig probleem dat de bevolking teistert. De slachtoffers betalen tussen 100 quetzales en 10.000 quetzales.

‘Het is een misdaad die gedurende vele jaren miskend werd en voortwoekerde.’

(foto: CERIGUA)

            De handelaars, de buschauffeurs, eigenaars van woningen en de taxichauffeurs zijn de belangrijkste slachtoffers van de afpersers. De handelaars en de buschauffeurs zijn de sectoren die het minst aangifte bij de politie doen. De afpersers beschikken immers over de persoonlijke gegevens van hun slachtoffers en bedreigen hen met fysieke agressie. De misdaad van afpersing veroorzaakt onder meer migratie en schulden en ze houdt de graad van armoede bij de bevolking in stand.                                                   

            Het Openbaar Ministerie vermeldt dat er vorig jaar 454 veroordelingen van afpersing voor het gerecht uitgesproken werden. (op 8.672 gevallen.)

            Raúl Figueroa wijst erop dat de beschuldigden meestal ook moord, onwettige wapendracht en bezit van drugs op hun kerfstok hebben. Hij voegde er nog aan toe dat zowel het slachtoffer als de misdadiger zichzelf in een ‘werkrelatie’ beschouwen die een cirkelvormig systeem creëert waarbij betalingen als een normale zaak gebeuren. 

◙ ◙ Santa Lucía Cotzumalguapa herdenkt Walter Voordeckers

            Het is negenendertig jaar geleden dat Walter Voordeckers CICM, pastoor van de parochie Santa Lucía Cotzumalguapa vermoord werd.

            Mario Coolen uit Nederland, innig verbonden met de Vereniging Herinnering Waardigheid en Hoop (AMDE) van Santa Lucía Cotzumalguapa, berichtte ons over de activiteiten die de vereniging rond de 39ste verjaardag onderneemt.

(Voorbereiding van de initiatieven door AMDE en de lokale bevolking)

            Op 12 mei herdachten leden van (AMDE) samen met parochianen hun voormalige pastoor. Een eucharistie- viering werd opgedragen in de plaatselijke kerk. Daarna volgde een tocht naar het kerkhof waar hij begraven ligt. Daar werd gebeden, geluisterd naar toespraken van uitgenodigden en een bibliografie van Walter voorgelezen.

Doorheen het jaar zal AMDE verder verschillende activiteiten ondernemen.

* Er worden formele stappen gezet in de richting van het stadsbestuur om te bekomen dat de straat waar Walter vermoord werd naar hem genoemd wordt.

* Scholen zullen bezocht worden en boeken overhandigd aan de leerlingen met het profiel en het leven van Walter.

* Het verzoek dat ingediend werd op 1 oktober 2018 aan de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten om de staat Guatemala ter verantwoording te roepen wordt opgevolgd.

Foto’s van Herdenking in Guatemala

Guido De SchrijverSteungroep ‘Solidair met Guatemala’ Lidorganisatie van EU-LAT Network en van het Europees Netwerk Oscar Romero Comités

Info Brief 115: 8-05-2019

◙ ◙  Bisschop Juan Gerardi herdacht

 Op 26 april 1998 werd bisschop Juan Gerardi in de hoofdstad van Guatemala door militairen vermoord.

De ‘Monseigneur Gerardi-beweging‘ publiceerde een communiqué met als titel: 

‘De Verzoening ontstaat uit de waarheid en de gerechtigheid, nooit uit de vergetelheid’

Hieronder een fragment:

 ‘Deze gedachte, tegelijkertijd het centrale thema van onze herdenking van Monseigneur Gerardi dit jaar, bewijst eens te meer de helderziendheid van onze bisschop martelaar. Het is verrassend actueel, omdat we de afgelopen weken hebben gezien hoe de afgevaardigden die tot de uitgesproken groep van de corrupte en ongestrafte personen behoren, de vaste overtuiging van Juan Gerardi tegenspreken. Ze beweren dat de verzoening in Guatemala door magie zal verschijnen, het resultaat… van vergetelheid! 

Daarom willen zij de Wet op de Nationale Verzoening (decreet 145-96) hervormen met initiatief 5377, waarbij de strafrechtelijke aansprakelijkheid voor misdaden zoals genocide, marteling en gedwongen verdwijning, zoals bedoeld in artikel 8, wordt afgeschaft

 Deze misdaden moeten uit het geheugen worden gewist (totale amnestie), niet om tot verzoening te komen zoals zij hypocriet verkondigen, maar om zichzelf en degenen die hen in dienst hebben genomen veilig te stellen en om zich op die manier te vrijwaren van vervolging en sancties. 

 Een dergelijke wetshervorming zou echter voorbijgaan aan het feit dat dergelijke misdaden nooit verjaren en ze zou de spot drijven met de slachtoffers en het universele recht.

 Wij leden van de ‘Monseigneur Gerardi-beweging’ en de bevolking voor wie hij zijn bloed heeft vergoten, wij moeten een wet verwerpen, die nog maar eens een teken van corruptie en straffeloosheid zou worden. 

 Daarom nemen we Monseigneur Gerardi in onze herinnering op. De moord willen we niet in de schuif van de vergetelheid laten liggen. Elk jaar herdenken we hem opnieuw. Vooral in een verkiezingsjaar als 2019 willen we ons herinneren en inspireren in zijn kritische ingesteldheid en de optie voor de armen die zijn leven lang kenmerkte en die hij met zijn bloed heeft bekrachtigd. Het geloof in God dwingt ons om ons politiek te positioneren, omdat God zelf geeft om de “polis”, dat wil zeggen om degenen die tot de maatschappij behoren, vooral de armen, de mensen die als restjes, als afgedankten en als vuilnis worden behandeld.’

◙ ◙   Walter Voordeckers herdacht

Walter was pastoor van Santa Lucia Cotzumalguapa toen hij op 12 mei 1980 vermoord werd door een paramilitair commando onder  bevel van generaal Fernando Romeo Lucas García, toenmalig president van Guatemala.

Omwille van zijn uitgesproken engagement met de stakende suikerrietkappers, die een menswaardig ( overlevings-)loon eisten, werd hij ‘persona non grata’ voor de militaire machthebbers en hun mecenassen, de schatrijke eigenaars van de suikerrietplantages in de regio van de zuidkust. Walter werd het slachtoffer van een barbaars regime, militair deskundig begeleid en politiek de hand boven het hoofd gehouden door de hoogste beleidsinstanties in de Verenigde Staten.

◙ ◙ Invitation –  Crisis and hope in Central America  9 May 2019, 19:00 to 21:00

➤ Frauke Decoodt – Journalist, specialized in Honduras.

➤ Alexandra Sánchez – Doctoral researcher at KU Leuven, specialized in Latin-American migration to the US.

➤ Melissa Vida – Journalist, specialized in El Salvador.

➤ Joren Janssens – Historian at KU Leuven, specialized in military regimes and armed conflicts in Guatemala.

➤ René Rodríguez-Fabilena – Sociologist at UA, specialized in environmental governance in Nicaragua.

➤ Wies Willems – Policy officer at Broederlijk Delen, specialized in natural resources.

 Moderator: An Baccaert – Journalist specialized in Latin America at VRT, Flemish Radio and Television.

 Debate in English, with simultaneous translation into Dutch.

Guido De SchrijverSteungroep ‘Solidair met Guatemala’ Lidorganisatie van EU-LAT Network en van het Europees Netwerk Oscar Romero Comités


Info Brief 114: 30 april 2019

◙ ◙ Samenkomst met personeel van de Delegatie van de Europese Unie in Guatemala

            De Algemene Vergadering van EU-LAT Netwerk (2 en 3 april) eindigde met een ontmoeting met twee Guatemalteekse personeelsleden van de Delegatie (of Ambassade) van de Europese Unie in Guatemala.   Jennifer Echeverría isFocus Punt voor de mensenrechten en Claudia Barillas, verantwoordelijke voor de civiele maatschappij, de agenda en de lokale autoriteiten. 

            We wisselden met hen van gedachten en toetsten onze informatie en onze gegevens over de huidige toestand in Guatemala. Zo kwamen uiteraard de thema’s aan bod waaraan wij speciale aandacht wijden, namelijk de Europee Unie en de institutionele crisis in het land. Er wordt inderdaad ook een campagne tegen de Europese Unie opgezet: verdachtmakingen en beschuldiging van ‘financiering van de wanorde.’ Sommige ambassadeurs, zoals de Zweedse, die zich uitten voor de verdediging van de mensenrechten, krijgen bedreigingen te verduren. 

            De Guatemalteekse minister van Buitenlandse Zaken ging zelfs zover te verklaren dat ook Stefano Gatto, sinds september 2016 ambassadeur van de EU in Guatemala, tot persona non grata zou kunnen verklaard worden.  

In 2018 kwam er een breuk tussen de regering enerzijds en de organisaties voor de verdediging van de mensenrechten en de internationale gemeenschap anderzijds.

             Er werden tijdens onze ontmoeting belangrijke activiteiten gesignaleerd waaronder:

* De resolutie van  het Europees Parlement over Guatemala in maart dit jaar, waarvoor we met EU-LAT Netwerk gelobbyd hebben.     

* De uitspraak begin januari dit jaar van de G13 (de donorlanden waaronder voor Europa de Delegatie van de Europese Unie, Duitsland, Frankrijk, Italië, Nederland, Noorwegen, Spanje, Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland) waarbij ze de regering aanzetten tot respect voor de grondwettelijke orde.

* De ‘Grupo Filtro’ in Guatemala (die bestaat uit de Delegatie van de Europese Unie, het Kantoor van het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties, de ambassades van Canada, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, de VS, Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Zweden) volgt de 19 zaken op van de verdedigers van de mensenrechten die dit jaar vermoord werden. Om de zes maanden zijn er daaromtrent vergaderingen met het Openbaar Ministerie.

De ‘Delegaties’ of ‘ambassades’ van de Europese Unie zijn de diplomatieke vertegenwoordigingen van de Unie in derde landen.

De belangrijkste sectoren van de ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie in Guatemala zijn: voedselveiligheid, oplossing van conflicten, de vrede, de veiligheid en het concurrentievermogen.

            Ondanks alle problemen gaat de ‘Delegatie’ in Guatemala door met steun aan de civiele maatschappij.

◙ ◙ Mouvement des Jeunes de la Rue à Guatemala (MOJOCA)

            Een van de partnerorganisaties van Wereldsolidariteit is Mojoca. In een vorige INFO BRIEF berichtten we over het bezoek van een delegatie van Wereldsolidariteit aan hun partnerorganisaties in Guatemala.

            Vooral onze zuiderburen laten zich in deze niet onbetuigd. Reeds jaren werken ze rond straatjongeren in de hoofdstad Guatemala. Daar vierden ze in december 2018 de 25ste verjaardag van de werking. In Wallonië en Brussel kunnen ze rekenen op financiële steun op basis van verkoop van artisanale producten, solidariteitsacties, giften van organisaties en particulieren. Vorig jaar brachten ze 142.777 euro samen.

            Een van de doelstellingen is medische zorg verschaffen en de ondervoeding bestrijden onder die jongeren.

Guido De SchrijverSteungroep ‘Solidair met Guatemala’ Lidorganisatie van EU-LAT Network en van het Europees Netwerk Oscar Romero Comités

Info Brief 113: 23 APRIL 2019

Bedrijven en mensenrechten zijn geen vrienden.

            Op 2 en 3 april hielden we de eerste algemene vergadering van EU-LAT Netwerk dit jaar. We gaven present met  iets meer dan dertig op de kantoren in Brussel.

            Zweden zette zich extra in de picture. Enthousiast konden we een nieuwe lidorganisatie verwelkomen.            

Naast DIAKONIA, het netwerk van vijf Zweedse kerken en sweFor, de Zweedse Beweging voor Verzoening, die reeds langer bij ons zijn en ondermeer werkzaam in Guatemala, sloot zich nu ook de Lutheraanse kerk (tot 2000 de staatskerk van het land) bij ons netwerk aan (ook al werkzaam in Guatemala.)

            Een van de belangrijke thema’s die we behandelden was:

‘Mensenrechten en bedrijven in het kader van de relaties van de Europese Unie met Latijns-Amerika.’

            Reeds in de jaren 70 hebben organisaties en bewegingen van de civiele maatschappij de aanvaarding van een internationale bindende  regularisatie van de internationale bedrijven nagestreefd.

            Een expert gaf  ons tijdens onze bijeenkomst enkele noties mee. Op de eerste plaats signaleerde hij een spanning tussen twee  criteria. Enerzijds is er de voorrang van de mensenrechten boven gelijk welk ander publiek beleid, handel, investering, ontwikkelingssamenwerking. Die maatregel werd opgelegd door een internationale wetgeving. Anderzijds is er de verplichting van de staten om de activiteiten van de privésector te beschermen. In de praktijk zien we dat bedrijven, vooral multinationals, misbruiken tegen de mensenrechten begaan. Wat blijkt? In feite hebben de transnationale bedrijven rechten, maar geen plichten. De  officiële beleidsmakers laten dat toe. De straffeloosheid heerst alom.

            Het is wel niet gemakkelijk voor de staten, indien ze dat al zouden willen, om de situatie dienaangaande te controleren. Er bestaan immers obscure netwerken van investeringen die  het de betrokken partijen moeilijk maken er toe over te gaan om rekenschap te geven over hun handel en wandel. We hebben het hier dan over bedrijven, banken, holdings, financieringskantoren, agentschappen, pensioenkassen, ontwikkelingsbanken.  Hun werking is onderling nauw verstrengeld. Wie is verantwoordelijk voor wat?

            Vandaar dat de belangrijkste heersende normen nu nog altijd puur op vrijwillige basis gebeuren. En men is er niet in geslaagd om de rechten van gemeenschappen en personen te beschermen, die nadeel ondervinden van de commerciële, vooral transnationale bedrijven.

            Nadat een indrukwekkende groep actoren van de civiele maatschappij nog maar eens voor de dag kwamen met het thema, nam de Raad voor de Mensenrechten van de VN in 2014 een resolutie aan die een intergouvernementele werkgroep in het leven riep. Die werkgroep kreeg het mandaat om een internationaal juridisch bindend instrument over de transnationale bedrijven met betrekking tot het respect voor de mensenrechten uit te werken. Gedurende drie eerste sessies van 2015 tot 2017 discussieerde deze werkgroep de inhoud, het bereik, de hoedanigheid en de vorm van het toekomstig akkoord.

            In 2018 gingen de  onderhandelingen over een kladtekst, gepresenteerd door de voorzitter van de werkgroep.

            Al die tijd is de civiele maatschappij zeer actief geweest om het proces op te volgen.

De Europese Unie.

            Van bij het begin was de Europese Unie het bindend karakter niet genegen. Bij de aanvang was de houding zeer confuus. De Unie viel zelfs het proces aan. Later focuste Europa meer op de principes van de VN van 2011. Daar sprak men over drie fundamenten, de bevolking beschermen voor de nadelige gevolgen, de mensenrechten respecteren en de slachtoffers van eventuele geweldpleging te vergoeden.  Ondertussen heeft de ervaring ons geleerd dat maatregelen op vrijwillige basis niet functioneren. We zien dat zelfs bedrijven met ‘een hoge graad van sociale ondernemingsverantwoordelijkheid’ betrokken zijn bij misbruiken tegen de mensenrechten.

Zelfs indien de staten de verdedigers van de mensenrechten willen beschermen tegen de nadelige impact van de corporatieve activiteiten, dan nog kunnen die pogingen ondergraven worden door de verplichtingen die de zelfde staten sinds jaren moeten opvolgen ten overstaan van de wetten van handel en investeringen. En die wetten zijn wel bindend, solide en gedetailleerd. De instrumenten voor de mensenrechten daarentegen die gericht zijn op het beschermen van door misbruiken van bedrijven benadeelde personen en volkeren zijn tot op vandaag vaag en niet bindend.

De instrumenten voor de mensenrechten daarentegen die gericht zijn op het beschermen van door misbruiken van bedrijven benadeelde personen en volkeren zijn tot op vandaag vaag en niet bindend.

EU-LAT Netwerk is nu bezig met het opmaken van een document dat de strategie en de concrete acties formuleert die wij zullen kunnen hanteren in onze werking. 

Guido De SchrijverSteungroep ‘Solidair met Guatemala’

Lidorganisatie van EU-LAT Network en van het Europees Netwerk Oscar Romero Comités

N° 119: 10 de abril de 2019

Queridos/as hermanos/as,

            Me comunico con ustedes para dar seguimiento a la carta anterior (# 118) sobre la Asamblea General de la Red EU-LAT celebrada en Bruselas el 2 y 3 de abril.

            Aquí les informo sobre un tema muy importante que tratamos:

 ‘Los derechos humanos y empresas en el marco de las relaciones de la Unión europea y América Latina.

            Desde los años 70 las organizaciones y movimientos de la sociedad civil han estado pidiendo la adopción de regulaciones internacionales vinculantes para las empresas internacionales. Un disertante nos dio algunas nociones al respecto. En primer lugar señaló un contraste entre la primacía de los derechos humanos sobre cualquier otra política pública, comercio, inversión, cooperación al desarrollo, que es regulada por una ley internacional por un lado y por el otro la obligación de los estados para proteger las actividades del sector privado.  En la práctica vemos que las empresas, sobre todo las trasnacionales, cometen abusos contra los derechos humanos. En realidad las trasnacionales tienen derechos pero no obligaciones. Las políticas públicas así lo permiten. La impunidad reina por todos lados. No es fácil para los estados, si quisieran, controlar la situación al respecto.  Pues existen oscuras redes de inversión que dificultan la rendición de cuentas de actores involucrados. Aquí hablamos de empresas, bancos, holdings, financiadores, agencias, pensiones, bancos de desarrollo que están entre ellos entrelazados. Quién es responsable de qué?

           

            De manera que hasta la fecha las principales normas vigentes adoptadas son meramente voluntarias y no se ha logrado la protección efectiva requerida de los derechos humanos de las comunidades y personas afectadas por actividades comerciales, especialmente de carácter transnacional.

            Tras el intenso apoyo realizado por un gran grupo de actores de la sociedad civil, el Consejo de  Derechos Humanos de la ONU adoptó en 2014 una resolución que crea un Grupo de Trabajo  Intergubernamental con el mandato de elaborar un instrumento internacional jurídicamente vinculante sobre empresas trasnacionales con respecto a los derechos humanos.

            Durante las tres primeras sesiones, de 2015 a 2017, este grupo de trabajo discutió el contenido, el alcance, la naturaleza y la forma del futuro tratado.       En 2018 las negociaciones conversaron sobre la base de un borrador, presentado por el presidente del grupo de trabajo.     La sociedad civil ha estado muy activa durante todo este proceso. 

La Unión europea.

            La Unión europea no estaba a favor de disposiciones vinculantes. Al menos al principio su comportamiento era perturbador, incluso atacando el proceso.  Ahora su enfoque va más en dirección de los principios de la ONU de 2011. Ahí se habla de tres ejes: proteger a la población de los efectos adversos, respetar los derechos humanos y un remedio para las víctimas de eventuales violaciones. Pero otra vez más estos principios son voluntarios.  Y la experiencia nos enseña que medidas voluntarias no funcionan.  Vemos que empresas ‘con alto grado de responsabilidad social empresarial‘ están implicadas en abusos de derechos humanos.

Incluso cuando los estados desean proteger a los defensores de derechos humanos del impacto adverso de las actividades corporativas, estos esfuerzos pueden verse socavados por las obligaciones que los mismos estados tienen desde hace años ante las leyes de comercio e inversión que sí son vinculantes, sólidas y detalladas. En cambio los instrumentos de derechos humanos destinados a proteger a personas y pueblos afectados contra las vulneraciones y delitos corporativos siguen siendo hasta la fecha muy vagos y no vinculantes. 


EU-LAT  está elaborando un documento con las estrategias y acciones concretas que vamos a manejar en el trabajo al respecto. 

Hasta aquí esta misiva                                                                          

Guido De Schrijver                                                                                      SICSAL-EUROPA  

N°118: 5 de abril de 2019

 

Queridos/as hermanos/as,

            Me comunico con ustedes para darles alguna información sobre las actividades de la Red EU-LAT. Como ya saben se trata de una red que abarca unas 40 ONG y comités  de diez países de la Unión Europea y concentra su trabajo en la incidencia política ante la Unión europea en cuanto a sus relaciones con América Latina.

            La Red europea de Comités Oscar  Romero es miembro de esta instancia de incidencia.

Dos veces al año nos reunimos en Asamblea General en Bruselas. Luego están el Consejo de Adminstración y grupos de trabajo (por temas: 1) Defensores de Derechos Humanos, 2) Recursos Naturales y 3) Violencia (sobre todo contra las Mujeres). Nos reunimos a nivel digital y por Skype varias veces al año.

Resolución en el Parlamento europeo sobre Guatemala

            Dada la situación de crisis en el país y ante el acercamiento del cese de la actual composición de eurodiputados y la inminencia de las elecciones europeas en el mes de mayo para una nueva composición del Parlamento nos esforzamos cada organización miembro de EU-LAT para acercarnos a los eurodiputados actuales de nuestros países respectivos para que ratificaran una resolución en torno a la crisis en Guatemala.

            Con satisfación pudimos constatar que hubo tal resolución y sobre todo que la gran mayoría de los elementos que aportamos y que se relacionan con  los males que aquejan al pueblo guatemalteco aparecieron en el texto final. Este fue aprobado en la plenaria el 15 de marzo.

Asamblea General

            Recién el 2 y 3 de abril celebramos nuestra primera asamblea general de 2019. Un poco más de 30 personas nos dimos la bienvenida en las oficinas de la Red en Bruselas.

            Con gran satisfacción dimos la bienvenida a la Iglesia (Luterana) de Suecia. Actualmente seis millones de personas son miembros de esta Iglesia. Mons. Antje Jackelén es la Obispa Primada. La arquidiócesis está en Uppsala. Hasta el 2000 fue la Iglesia oficial (estatal) del país.

            Ya que la lengua de trabajo de nuestras reuniones es el castellano aparecieron dos representantes de origen latinoamericano. Después de su exposición la asamblea recibió las dos mujeres con aplausos y a partir de ese momento participaron con voz y voto. 

La presencia de Suecia

            Con ello Suecia está fuertemente representado en nuestra Red EU-LAT.

            Pues ya contamos desde hace varos años con Diakonia que es una organización de cooperación internacional, basada en la fe. Fundada por iglesias protestantes en Suecia hace más que 50 años. El trabajo de Diakonia comenzó en el año 1966, cuando cinco iglesias suecas organizaron la ayuda humanitaria para las personas afectadas por una severa sequía en la India. En el año 1984 pasó a llamarse Diakonia.

            Además contamos desde hace varios años con el Movimiento Sueco por la Reconciliación (SweFOR), que es un movimiento de noviolencia que trabaja para la paz y la justicia. La meta es un mundo libre de violencia, ya se trate de guerras, opresión o injusticias. SweFOR hace parte del Movimiento Internacional de Reconciliación (MIR).

Hasta aquí esta misiva:  Guido De Schrijver  – SICSAL-EUROPA                                                                         

           

N°117: 5 de marzo de 2019

Queridos/as hermanos/as,

            Me comunico con ustedes para informarles que nos adherimos por la Red Europea de Comités Oscar Romero al siguiente llamado urgente. 

◙ ◙  VENEZUELA :  URGENTE IMPEDIR LA NUEVA GUERRA ANUNCIADA !

            Nos adherimos a un nuevo llamado público de profesores universitarios, periodistas, políticos y organizaciones residentes en Bélgica dirigido a la Unión europea.

Aquí abajo va el texto traducido al español. Por mi cuenta añadí algunas ilustraciones.

            ‘El  Presidente Donald  Trump anunció que no excluye una intervención militar contra  Venezuela. Colombia y Brasil le prometen apoyo. M. Mike Pompeo acaba de afirmar que les Estados Unidos iban “a entrar en acción”, y “que los días del Presidente Maduro estaban contados”. Estamos entonces frente a una nueva guerra que podría incendiar toda la región, mientras conocemos de sobra los resultados desastrosos de las aventuras bélicas de los Estados Unidos, – con complicidad de los países europeos – en Afganistán, en Irak, en Libia y en el Oriente medio, entre otros.

            Para evitar esta nueva calamidad humana y ecológica, y cuales sean las opiniones de unos y otros sobre la administración del país por parte del Gobierno del Presidente Maduro y sobre el estado de la democracia en Venezuela, tenemos que hacer todo lo posible para preservar la paz exigiendo el respeto del derecho internacional.

            El inaceptable embargo económico y financiero de Venezuela se acompaña de amenazas de intervención militar en violación flagrante del derecho internacional. Es preciso recordar que no les compete a países terceros, – incluyendo los Estados Unidos y los Estados miembros de la Unión europea – determinar quien debe ser el Presidente de Venezuela. Los gobiernos reconocen Estados, no países, y el control del Estado venezolano está claramente ejercido por el Gobierno del Presidente Maduro. Además los Estados Unidos y la Unión europea apoyan gobiernos cuya legitimidad es mucho más cuestionable que la del Presidente Maduro.

(represion en Honduras – foto: Cubadebate)

            Es el caso por ejemplo del Presidente de Honduras, donde la reelección es prohibida por la Constitución del país y donde graves irregularidades fueron constatadas por la OEA durante las ultimas elecciones; o en Brasil, donde tuvo lugar un impeachment Express, y por lo mismo ilegal, contra la ex-presidente Dilma Rousseff, así como un proceso fabricado artificialmente contra Lula da Silva, con el fin de impedirle presentarse a las elecciones presidenciales  que hubiera ganado, de acuerdo a todas las encuestas. 

            Existen canales para reclamar el respeto de los Derechos Humanos y el mejoramiento de la democracia en países terceros. La Unión europea estaba en este proceso, pero su posición común fue revertida de manera espectacular en tres días (entre el 23 y el 26 de enero del 2019) bajo la influencia de la administración Trump que reconoció de manera temeraria al diputado Juan Guaidó  que se auto-proclamó Presidente de la Republica de Venezuela. Ninguna persona sensata puede pensar que la acción de los Estados Unidos está motivada por una preocupación sincera por los Derechos Humanos, la democracia o la situación económica y social por la que pasan los venezolanos. Las declaraciones del Sr. Bolton, Secretario de seguridad nacional del Presidente Trump,  comprueban de que se trata ante todo de apropiarse de las reservas de petróleo, de coltan, y otros metales del subsuelo de dicho país.

  (Colombia foto:teleSUR)

            La política de defensa de los derechos humanos y de la democracia de Bélgica y de la UE no puede tener credibilidad si utiliza un doble rasero.

            Al respecto sería urgente por ejemplo activar la cláusula democrática para suspender la aplicación provisional del acuerdo de libre-comercio de la UE con Colombia, considerando que hay 80.000 victimas de desaparición forzada en este país, más de 8 millones de campesinos desplazados, y que 400 miembros de movimientos sociales y más de 80 guerrilleros que han dejado sus armas han sido asesinados desde la firma de los acuerdos de paz entre el Gobierno colombiano y las FARC.

Juan Guaidó, del partido situado a la derecha extrema del espectro político,  “Voluntad popular”, fue elegido Diputado en elecciones organizadas bajo la administración del Presidente Maduro. Luego fue nombrado Presidente de la Asamblea Nacional. Pero esto no  lo convierte en el Presidente de Venezuela. El articulo 233 de la Constitución de Venezuela prevee que el Presidente de la Asamblea Nacional substituye al Presidente de la República en casos muy precisos; en caso de abandono del cargo, o de muerte, o de demencia reconocida por la Corte suprema. No es el caso. Y si eso ocurriera, permitiendo al Presidente de la Asamblea Nacional ser Presidente de la Republica ad interim, estaría obligado a convocar elecciones presidenciales en los 30 días, cosa que el Sr. Juan Guaidó no hizo.

            El Gobierno de Venezuela reconoce que el país pasa por una situación económica muy difícil, que afecta gravemente el bienestar de la población, debida en gran parte a la caída espectacular del precio del petróleo, y al embargo económico. La ayuda humanitaria de ninguna manera puede ser utilizada como pretexto – como lo hacen los Estados Unidos y Colombia en este momento – para desestabilizar el Gobierno del pais que se pretende ayudar. El Comité Internacional de la Cruz Roja (CICR) fue explicito al respecto.  Si la intención es ayudar a los venezolanos, hay que restituir a este pais los 1.600 millones de dólares robados por la cámara de compensación EUROCLEAR basada en Bruselas, (la misma que está implicada en el robo de los fondos Libios), los 1200 millones en reserva de oro pertenecientes a Venezuela sustraídos por el Banco de Inglaterra, o los más de 30.000 millones de dólares en cuentas bancarias y activos de las sociedades PVDSA y CITGO expoliados por el Gobierno de los Estados-Unidos.

            Hacemos un llamado a los demócratas belgas y europeos de todo color político, para que hagan todo lo posible y a movilizarse para evitar esta nueva guerra que sería devastadora, exigiendo el respeto del Derecho internacional y de la soberanía de los Estados, y a exigir que cese inmediatamente el embargo económico y financiero con el fin de permitir al Gobierno de Venezuela de responder rápidamente a las necesidades urgentes de su población.

Hasta aquí esta misiva                                                                        

Guido De Schrijver                                                                                      SICSAL-EUROPA  

N°116: 28 de febrero de 2019

Queridos/as hermanos/as, Me comunico con ustedes para informarles que nos adherimos por la Red Europea de Comités Oscar Romero al siguiente llamado urgente. 

◙ ◙  A solicitud de CEJIL (Centro por la Justicia y el Derecho Internacional) nos adherimos (27/02) a un pronunciamiento de organizaciones nacionales e internacionales, relacionado con la detención de 13 defensores de los derechos humanos (del río Guapinol, Tocoa) en Honduras.  (…)

(El campamento- foto:Radio Progreso)

            Estas detenciones se dan en un contexto de tensión incesante, el 7 de septiembre del año anterior se realizaron las acusaciones, de manera posterior el 27 de octubre aproximadamente 1500 policías y militares desalojaron de manera violenta el Campamento de la Resistencia de Guapinol, donde manifestantes protestaban por su derecho al agua ante el desarrollo del proyecto minero de la empresa Inversiones Pinares. Desde entonces, 31 personas han sido sometidas a proceso.  (…)

            Las comunidades han denunciado la ilegalidad de este proyecto por su afectación al Parque Nacional “Montaña de Botaderos”, área protegida en la cual está prohibida la realización de actividades mineras, por el riesgo que implica para las zonas de recarga hídrica. (…)

            La Comisión Interamericana de Derechos Humanos (CIDH) ha expresado su preocupación al respecto por el impacto que tiene el uso malicioso del derecho penal para limitar el ejercicio de defensa de derechos humanos, y ha destacado la defensa del derecho a la tierra y el medio ambiente por parte de personas campesinas y lideres y lideresas sociales.

(Policías y militares – foto CESPAD)

            Recordamos además que recientemente el Relator Especial sobre la situación de los defensores de derechos humanos, Michel Forst, reconoció que, en Honduras, “Los defensores y periodistas se enfrentan a acusaciones penales por su labor, la defensa de los derechos humanos y la amenaza de su uso es una práctica generalizada, con afectación particular a los que defienden la tierra y el medio ambiente, así como a los que denuncian e informan sobre las irregularidades o violaciones del Estado y de las empresas”. (…)

(Desalojo – foto           ACAFREMIN)

            Exhortamos al Estado de Honduras a que tome las medidas necesarias para garantizar los derechos de su población, y particularmente el derecho a defender derechos humanos. Tal como lo ha reiterado la CIDH, el Estado, a través de todas sus instituciones, debe “adoptar todas las medidas necesarias para evitar que mediante investigaciones judiciales se someta a juicios injustos o infundados a las defensoras y defensores”.

Hasta aquí esta misiva                                                                        

Guido De Schrijver                                                                                      SICSAL-EUROPA